Tips voor wetenschappelijk schrijven

Het doel van een wetenschappelijk verslag is het overbrengen van informatie. De schrijfstijl is daarom objectief, formeel en helder. Door het zakelijke karakter is een wetenschappelijk verslag zowel volledig als bondig. Houd hierbij wel rekening met de kennis van de doelgroep en stem de hoeveelheid achtergrondinformatie die je geeft daarop af.

Objectief: 

  • Geen waardeoordeel: helaas, gelukkig, mooi, etc.
  • Geen subjectieve kwalificaties: ontzettend veel, zoals duidelijk is te zien, etc.;
  • Geen populaire titels en slotzinnen.

Als je verslag de invloed van AZT op de replicatie van HIV beschrijft, sluit dan niet af met: ‘dit medicijn kan een toekomstdroom worden’.

 

Formeel: 

  • Wetenschappelijke teksten bevatten geen metaforen of spreektaal.
  • Spreek de lezer niet aan.
  • Gebruik een passieve of actieve en neutrale werkwoordsvorm.

 

Helder:

  • Wees zo precies en specifiek mogelijk.
  • Houd rekening met een mate van onzekerheid, omdat er in de wetenschap geen harde conclusies worden getrokken maar bevindingen worden afgewogen en geëvalueerd.

 

Volledig: 

  • De lezer moet alle informatie krijgen die nodig is om te controleren of de conclusies van het verslag gerechtvaardigd zijn en moet in staat zijn het experiment te repliceren. Er wordt niets aan de verbeelding van de lezer overgelaten.

 

Bondig: 

  • Er staat geen overbodigeinformatie in. Bondigheid vergroot de functionaliteit van het verslag, omdat de tekst direct op het doel afgaat.
  • Voorkom dubbele informatie.
  • Formuleringen als ‘zoals de voorgaande resultaten lieten zien…’ of ‘uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat…’ leiden af van de hoofdboodschap. Laat dergelijke formulering achterwege en gebruik de belangrijkste informatie (zoals het onderzoeksdoel of het resultaat) als onderwerp van de zin. 

 

Een actieve schrijfstijl vergroot de leesbaarheid van je tekst op zinsniveau. Houd bij het aanleren van een wetenschappelijke schrijfstijl in eerste instantie rekening met bovenstaande eisen op het gebied van objectiviteit, helderheid, volledigheid en bondigheid. Wanneer je je deze schrijfstijl eigen hebt gemaakt – met name in de latere jaren van de bachelor – is het toepassen van een actieve, wetenschappelijke formulering een volgende stap. Veel wetenschappelijke tijdschriften stellen een actieve schrijfstijl als eis. Wil je een zin van passief naar actief omvormen? Verwissel dan het onderwerp van de zin en het lijdend voorwerp (door wie/wat) met elkaar:

Passief: De kans op haarverlies wordt vergroot door vitamine A.
Actief: Vitamine A vergroot de kans op haarverlies.

Let op: het is toegestaan om ‘wij’ of ‘ik’ als onderwerp van een zin te gebruiken (‘In deze studie hebben we onderzocht hoe…’), maar probeer dit tot een minimum te beperken. Veelvuldig gebruik van ‘wij/ik’ maakt een tekst informeel en subjectief, waardoor deze niet meer aan de wetenschappelijke schrijfstijl voldoet.

Probeer in je verslag de lezer zoveel mogelijk bij de hand te nemen en het verslag zo leesbaar mogelijk te maken. De leesbaarheid wordt bepaald door de opbouw van het verslag, de schrijfstijl en de formulering, de opbouw van een alinea, tekstuele samenhang met een overtuigende argumentatiestructuur en uiteindelijk ook door het toepassen van correcte spellings- en grammaticaregels.

Tekstuele samenhang en schrijftechniek (o.a. verbindingswoorden)

Om de lezer zoveel mogelijk bij de hand te nemen is het belangrijk om volledig en correct te zijn. Je kan je boodschap nog meer laten spreken door ook de tekstuele samenhang te versterken. De samenhang tussen alinea’s versterk je door het gebruik van bruggetjes die de overgang tussen elkaar opvolgende alinea’s logisch maken. Gebruik hiervoor een introducerende (kern)zin aan het begin van een alinea, die in verband staat met de concluderende eindzin van de alinea ervoor. Kijk hier voor enkele voorbeelden.

Verbindingswoorden (ook wel signaalwoorden genoemd) geven een relatie aan, zoals een tegenstelling, overeenkomst, voorbeeld, resultaat of samenvatting. Verbindingswoorden gebruik je dus om de samenhang tussen zinnen aan te geven. Goed gebruik van verbindingswoorden vergroot de leesbaarheid van de tekst. 

Voorbeelden zijn: 

 

  Nederlands

  Engels

  Tegenstellingen

  • Daarentegen
  • Echter
  • Maar
  • Hoewel
  • Anderzijds
  • Terwijl
  • In tegenstelling tot
  • However
  • Although
  • Whereas
  • Instead
  • But
  • Despite
  • While
  • Yet
  • Conversely
  • In contrast to
  • Nevertheless

  Overeenkomsten

  • En
  • Ook
  • Eveneens
  • Alsmede
  • Tevens
  • Mede
  • Evenals
  • Additionally
  • Besides
  • Moreover
  • Also
  • As well
  • Similarly

  Resultaat of effect

  • Dus
  • Daarom
  • Derhalve
  • Vandaar

 

  • Therefore
  • As
  • Hence
  • Consequently
  • For this reason
  • Due to

  Samenvatting of afsluiting

  • Samengevat
  • Dus
  • Kortom
  • Tot slot
  • Thus
  • In summary
  • In conclusion
  • Hence
  • To sum up
  • Consequently

Meer Engels- en Nederlandstalige verbindingswoorden zijn hier te vinden.

 

Een veel voorkomende fout bij het gebruik van het woord ‘maar’ is dat de schrijver vaak ‘en’ bedoelt. Gebruik de woorden ‘maar’ of ‘echter’ alleen als er daadwerkelijk sprake is van een zeker contrast of tegenstelling. 

  • De cellen produceren meer IGF-1, maar ook meer VEGF. 

Waarschijnlijk bedoelt de schrijver: 

  • De cellen produceren niet alleen meer IGF-1, maar ook meer VEGF.

Duidelijker is:

  • De cellen produceren meer IGF-1 en VEGF. 

 

Aanwijzende voornaamwoorden zoals ‘dit’ of ‘deze’ of zelfs ‘de’ en ‘het’ zijn een valkuil: zorg ervoor dat er geen enkele twijfel is over welk eraan voorafgaand zelfstandig naamwoord je bedoelt. Bij twijfel is het verstandig om het zelfstandig naamwoord te herhalen.

  • De cellen produceren meer IGF-1 en VEGF. 

​Welke cellen?

  • Mesenchymale stamcellen produceren meer IGF-1 en VEGF.

Het is raadzaam om de vergelijking compleet te maken. De mesenchymale stamcellen produceren misschien meer IGF-1 en VEGF, maar onder welke omstandigheid doen ze dat? Oftewel: welke vergelijking heb je gemaakt? Heb je de productie van deze twee groeifactoren vergeleken tussen twee soorten cellen, of heb je de mesenchymale stamcellen op verschillende wijze behandeld (toevoeging van een stof of de invloed van hypoxie, rek, co-cultuur, etc.)?

  • Mesenchymale stamcellen produceren meer IGF-1 en VEGF. 

​Meer dan wat?

  • Stof X gestimuleerde mesenchymale stamcellen produceren meer IGF-1 en VEGF dan ongestimuleerde mesenchymale stamcellen.

 

Let op: In het verslag moet duidelijk worden hoe de mesenchymale stamcellen zijn gestimuleerd. Denk aan concentratie van stof X, duur, hoe vaak, etc. Bij een praktisch verslag staat dit beschreven in de materialen en methoden, in een literatuurstudie staat dit (indien relevant) bij de resultaten. Bekijk hiervoor de handleiding per eindproduct.

 

Argumentatiestructuur

De conclusie van een wetenschappelijk verslag is het antwoord op de vraagstelling. Het gehele verslag werkt dan ook toe naar die conclusie. De kwaliteit van de onderbouwing is van belang voor de geloofwaardigheid en de correctheid van je verslag. De algehele conclusie wordt meestal onderbouwd door verschillende deelconclusies (per experiment/deelvraag). Hierbij is het belangrijk dat iedere conclusie:

  • Aansluit bij de (deel)vragen.
  • Kan worden verklaard door de data/literatuur.
  • ‘Voorzichtig’ en op wetenschappelijke wijze is geformuleerd. Dat wil zeggen: rekening houdend met een wetenschappelijke onzekerheid.

De verklaring of de argumentatie moet vervolgens deugdelijk zijn. Dat wil zeggen dat de argumentatie: 

  • Kloppend
  • Relevant 
  • Te controleren
  • En logisch in relatie tot het standpunt/de conclusie is.

In een wetenschappelijke tekst is één argument meestal niet genoeg. Meerdere argumenten kunnen naast elkaar worden gepresenteerd (meervoudige argumentatie) of de argumenten worden met elkaar geïntegreerd (onderschikkende of nevenschikkende argumentatie).  Het is ook belangrijk om tegenstrijdige literatuur te weerleggen (met je eigen bevindingen of andere literatuur).  Om structuur

aan te brengen kun je de volgende verbindingswoorden gebruiken:

Meervoudige argumentatie

Onderschikkende argumentatie

Nevenschikkende argumentatie

  • Ten eerste, … ten slotte
  • Bovendien
  • Daarnaast
  • Behalve dat
  • Overigens 
  • Want
  • Omdat 
  • Dat blijkt uit
  • Aangezien
  • Bovendien
  • Daarbij komt
  • Ook gezien het feit
  • Reden temeer
  • Wat nog belangrijker is

 

In het Engels:

  • Besides
  • Not only… but also…
  • Additionally
  • Firstly, secondly…
  • Moreover 
  • As
  • Given the fact that
  • As a result of…
  • Because of
  • In addition
  • Additionally
  • Furthermore
  • On the other hand
  • Not to mention

 

Wees in je argumentatie specifiek en gebruik duidelijke verwijzingen naar literatuur. Orden alle argumenten in een logische volgorde. Het is handig om de argumentatiestructuur uit te denken voordat je begint met schrijven. Bedenk van tevoren wat je conclusie of standpunt is, welke argumenten (met bijhorende sub-argumenten) je conclusie of standpunt onderbouwen, en welke tegenargumenten moeten worden ontkracht. Deze onderdelen neem je op in je schrijfplan.

Pas op voor drogredenen (cirkelredeneringen, onjuiste oorzaak en gevolg of een onjuist beroep op een kenmerk). Controleer je argumenten door jezelf de volgende vragen te stellen:

  • Ondersteunen de data de conclusie? Is dit de enige conclusie die je kan maken?
  • Heb je jezelf de juiste vraag gesteld? Sluit de opzet van het experiment aan bij de deelvraag/conclusie?
  • Kan je deze vergelijking maken? Zijn de twee delen die met elkaar worden vergeleken wel met elkaar te vergelijken?
  • Zijn er ook andere oorzaken of redenen te bedenken die de conclusie kunnen verklaren?
  • Is het gegeven kenmerk of voorbeeld altijd waar? Of alleen bij speciale omstandigheden (uitzonderingen)?
  • Is het verband tussen de kenmerken en de conclusie logisch?

 

Algemene tips over schrijftechniek (o.a. spelling)

Verder zijn er nog verschillende voorkeuren en regels die de leesbaarheid vergroten

1. Hanteer een correcte spelling (volgens het groene boekje voor de Nederlandse taal).

  • De spellingscontrole van je computer haalt niet alle fouten eruit. Lees je verslag daarom altijd nog een keer zorgvuldig door.

 

2. Let op verschillen tussen Nederlands en Engels.

  • In het Nederlands worden veel woorden aan elkaar geschreven, die in het Engels vaak los staan (zoals tumorgroei versus tumor growth, epitheelcellen versus epithelial cells en immuunsysteem versus immune system).
  • Getallen met decimalen worden in het Nederlands met een komma geschreven; in het Engels met een punt (respectievelijk 3,8 en 3.8).

 

3. Wees zuinig met afkortingen.

  • Gebruik geen algemene afkortingen (een woord als ‘in tegenstelling tot’ wordt niet afgekort).
  • Afkortingen van eenheden worden altijd toegepast volgens het Internationaal Systeem voor eenheden, met een spatie tussen het getal en de eenheid (zoals 0,5 mg).
  • Voor technische en inhoudelijke afkortingen geldt dat de term de eerste keer volledig wordt uitgeschreven, gevolgd door de afkorting tussen haakjes.
    • Minder dan vijfmaal gebruikt? Niet afkorten.

 

4. Cijfers onder de 10 en ieder cijfer aan het begin van een zin worden voluit geschreven. Onderstaande voorbeelden vormen een uitzondering hierop:

  • maten (6 μg) en tijd (6 s);
  • datum;
  • leeftijd;
  • scores;
  • rekengetallen (4%, verhouding 1:5);
  • verwijzingen naar figuren, tabellen en experimenten (figuur 1);
  • indien er een vergelijking wordt gemaakt met een getal boven de 10 (3 van de 36 proefpersonen).

 

5. Haakjes worden in principe alleen gebruikt bij referenties en verwijzingen naar figuren en tabellen en Latijnse namen. 

 

6. Aanhalingstekens zijn toegestaan bij een citatie.

 

7. Vermijd anglicismen, zoals ‘pathway’, ‘linked’, of ‘staining’ in een Nederlandse tekst.

 

8. Maak geen gebruik van opsommingen; probeer er een logisch verhaal van te maken.

 

9. Maak de tekst niet langer dan nodig. Voorkom dubbele informatie en het gebruik van overbodige woorden.

  • Formuleringen zoals ‘zoals de voorgaande resultaten lieten zien’ of ‘uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat’ leiden af van de hoofdboodschap. Gebruik de belangrijkste informatie (zoals het onderzoeksdoel of het resultaat) als onderwerp van de zin; dat vergroot de leesbaarheid.
  • Voorkom het gebruik van voorzetseluitdrukkingen. Deze bestaan meestal uit drie woorden en kunnen in de regel door één woord worden vervangen:

  Voorzetseluitdrukking:

  Beter is:

  • Met betrekking tot
  • Over
  • Voor
  • Door middel van
  • Door
  • Als gevolg van
  • Door
  • In vervand met
  • Door
  • Doordat
  • Omdat