Wetenschap communiceren naar een breed publiek

Al voordat je BMW ging studeren, heeft iets je enthousiast gemaakt over dit onderwerp. Misschien heb je op de middelbare school wel een gastles gehad over DNA, las je altijd al de Quest, heb je een wetenschapsmuseum bezocht, of bij DWDD wetenschappelijke ontwikkelingen opgepikt. Al deze uitingen zijn vormen van wetenschapscommunicatie: het aan het brede publiek overbrengen van wat er in de wetenschap gebeurt. In de opleiding leer je communiceren met een lekenpubliek via het schrijven van populair-wetenschappelijk krantenartikelenen patiëntenfolders. Andere vormen van schriftelijke wetenschapscommunicatie zijn bijvoorbeeld persberichten, blogs, brochures, en fact sheets.

Wetenschap is overal: van de smartphone in je zak tot de vaccinaties voor je wereldreis. Ook niet-wetenschappers komen er dus mee in aanraking, en het is belangrijk om hen goed te informeren. Goede informatie aan de doelgroep kan, wanneer het op tijd wordt aangeboden, ongefundeerd wantrouwen voorkomen. 

Tijdschriften als Quest en websites als Kennislink of IFL Science gebruiken hun inhoudelijke expertise om niet-wetenschappers te enthousiasmeren. Enthousiasme over een onderzoeksveld komt ook de wetenschapper ten goede: het is gemakkelijker om onderzoeksfinanciering te krijgen voor een onderwerp dat leeft in de samenleving, omdat er kennelijk veel behoefte aan is. 

Wetenschappelijke ontdekkingen liggen vaak ten grondslag aan maatschappelijke ontwikkelingen; denk aan voorspellend DNA-onderzoek of genetisch ‘verbeterde’ baby’s. Voor het faciliteren van een kritische discussie in de samenleving moeten de ethische aspecten besproken worden op basis van kloppende informatie. 

Ook overtuigen kan een doel zijn van wetenschapscommunicatie, zoals bij het stimuleren van een gezonde leefstijl.

Een tekst voor een breed publiek verschilt qua opbouw sterk met een wetenschappelijke tekst. De brede kennisbasis die als uitgangspunt dient voor het zandlopermodel is bij een niet-wetenschapper meestal onbekend, en het uitleggen van al deze biologische basiskennis leidt af van de hoofdboodschap. Maak dus al vroeg in de tekst de hoofdboodschap en de relevantie daarvan duidelijk, anders raak je de lezer kwijt. Gedurende de tekst geef je beknopt de essentiële achtergrondinformatie. 

Ingewikkelde processen kan je uitleggen aan de hand van een metafoor – een vergelijkbaar principe uit het dagelijks leven dat overeenkomt met het biologische proces. (Bijvoorbeeld: het lichaam is opgebouwd uit cellen, zoals een zandkasteel bestaat uit zandkorrels.) Gebruik een pakkende schrijfstijl die past bij de tekstvorm en stem je tekst af op het niveau en de interesses van je doelgroep.

Ontwerpen en afstemmen op je doelgroep

Denk goed na over het doel dat je beoogt met je tekst en hoe je de boodschap wilt overbrengen aan je doelgroep. Leef je goed in en houd er rekening mee dat je doelgroep je boodschap anders kan interpreteren dan jouw bedoeling is. De doelgroep heeft immers niet dezelfde voorkennis en kan het onderwerp daarom minder goed in context plaatsen. Wanneer een tekst bijvoorbeeld onbedoeld angst of wantrouwen oproept, komt de inhoudelijke boodschap niet meer over. Bij een tekst voor een brede doelgroep is het ontwerpproces dan ook essentieel. Hierbij volg je de volgende stappen:

1. Analyse.

Beantwoord voor jezelf de volgende vragen: Wat je beoogde doel? Wie is je doelgroep? Welke kennis heeft deze groep en wat moet nog worden uitgelegd? 

  • Stel je een concreet persoon voor die in de doelgroep past (bijvoorbeeld je oma). Hoe zou je het verhaal uitleggen als je het aan diegene moet vertellen?
  • Bepaal de kern van je boodschap. Laat alle niet-essentiële informatie en moeilijke begrippen achterwege.

 

2. Synthese.

Maak een voorlopig ontwerp van je tekst. 

  • Maak een schrijfplan en bepaal daarbij welke technieken je wilt gebruiken.

 

3. Simulatie.

Probeer je tekst uit door hem voor te leggen aan een of enkele mensen uit de doelgroep (zoals vrienden die een andere studie doen, of je ouders).

  • Begrijpen ze waar de tekst over gaat? Zijn er onderdelen onduidelijk of langdradig? 
  • Peil hoe de doelgroep de tekst interpreteert. Welk gevoel roept de tekst op? Sluit dit aan bij het doel dat je voor ogen hebt?

 

4. Evaluatie.

Maak je tekst definitief met behulp van de feedback uit de simulatie.

(Uit: van Dam, F. 2014.Wetenschapscommunicatie, een kennisbasis. Den Haag.)