Labjournaal

Een labjournaal bevat een gedetailleerde beschrijving van de uitvoering van een proef, je observaties en resultaten, en de daarbij behorende conclusies. Het is te vergelijken met een logboek. In een goed bijgehouden labjournaal kan je dan ook later exact teruglezen hoe je een proef hebt uitgevoerd (ging alles als gepland of ben je afgeweken van het protocol?) en wat de belangrijkste bevindingen waren. Dit is nuttig als je onverwachte resultaten hebt of als anderen vragen hebben over je proef. Door steeds op te schrijven wat je aan het doen bent, dwing je jezelf bovendien om continu na te denken waarom je dingen doet, wat het doel ervan is en of je nog snapt waar je mee bezig bent.

Van onderzoekers wordt verwacht dat zij nauwkeurig werken. Een goede registratie is daarbij noodzakelijk. Berekeningenvoorbereidingen, de uitvoering van het experiment, observaties, ruwe data en resultaten moeten worden vastgelegd in het labjournaal, het dagboek van iedere onderzoeker. Anderen moeten op basis van je labjournaal je experiment tot in detail kunnen begrijpen en herhalen. Na een wetenschappelijke publicatie moet je je labjournaal van de beschreven experimenten bewaren, omdat dit het bewijs is dat je de experimenten (goed en betrouwbaar) hebt uitgevoerd. In het allerergste geval, als je wordt beschuldigd van plagiaat, is je labjournaal jouw bewijs dat jij de (eerste) uitvinder bent. 

Uit een labjournaal mogen geen data worden verwijderd. In een werkomgeving worden labjournaals door de leidinggevende gezien voor akkoord, zodat er achteraf geen data kan worden toegevoegd of verwijderd. Bij een digitaal labjournaal worden de pagina’s na akkoord van de leidinggevende beveiligd voor bewerken. Dit alles is bedoeld om fraude en plagiaat te voorkomen, te bewijzen dat jij de ‘uitvinder’ bent, en om de onderzoeksdata te controleren.

Een labjournaal (van meerdere experimenten) bevat een inhoudsopgave. Alle bladzijden en experimenten zijn genummerd. Ieder experiment wordt voorzien van je naam (en die van alle collega’s die het experiment uitvoeren/begeleiden) en de datum. Bovenaan het document kan je een verwijzing toevoegen naar eerdere experimenten die de aanleiding hebben gevormd voor het uitvoeren van het huidige experiment. De beschrijving van ieder experiment volgt de onderzoekscyclus en bevat:

Titel

Een goede titel vertelt duidelijk en zo kort mogelijk waar het experiment over gaat. Denk hierbij aan belangrijke sleutelwoorden. De titel hoeft niet origineel of pakkend te zijn, zolang de titel de lading maar dekt.

Inleiding

In de inleiding beschrijf je het doel van het experiment. Waar probeer je met behulp van het experiment achter te komen, ofwel: wat is de onderzoeksvraag? Waarom wil je dit weten, ofwel: welk probleem wil je oplossen? Waarom beantwoordt dit experiment jouw onderzoeksvraag? Je kan eventueel ook je hypothese beschrijven (en onderbouwen). De meningen zijn hierover verdeeld, controleer daarom bij je docent of begeleider of hij dit belangrijk vindt. 

Materialen

Maak een lijst met alle gebruikte materialen, inclusief chemicaliën, glaswerk, apparatuur en organismen (bacteriestammen, cellijnen, proefdieren etc.). Noem in eerste instantie ook de overduidelijke materialen zoals epjes en pipetpuntjes.  Maak je beschrijving altijd zo volledig mogelijk. Noteer bijvoorbeeld ook de gegevens van de producent en/of het catalogusnummer. Als je gebruik maakt van zelfgemaakte voorraadoplossingen verwijs naar de proef in je labjournaal waarin je beschrijft hoe deze oplossing is gemaakt. 

Deel de lijst op in de verschillende soorten aan materialen (chemicaliën, organismen) of in deelexperimenten (bv. isolatie van eiwitten, gelelektroforese) om het overzichtelijk te houden.

Methoden

De methoden zijn vaak een gedetailleerde en puntsgewijze opsomming van alle handelingen die zijn uitgevoerd. In welke volgorde heb je wat gedaan en hoeHoeveel – denk aan concentraties, absolute hoeveelheden – en hoe vaak heb je bijvoorbeeld iets toegevoegd? Noteer ook de tijdsduur: hoelang duurde een was- of incubatiestap? Moest je iets snel of juist langzaam toevoegen? Welke belichtingstijd heb je gebruikt voor je camera? Berekeningen en pipeteerschema’s zijn ook een onderdeel van de methoden. Schrijf op wat er fout (of anders dan anders) is gegaan. Dit voorkomt dat je deze fouten weer maakt als je de proef herhaalt en het kan onverwachte resultaten verklaren.

Schrijf niet letterlijk de handleiding, het protocol of de handelingen van een eerder experiment over in je labjournaal. Verwijs hiernaar of gebruik je eigen woorden. Vermeld wel alle afwijkende handelingen ten opzichte van het standaardprotocol!

Resultaten en berekeningen

Beschrijf alles wat je ziet. Is een oplossing of medium troebel geworden of van kleur veranderd? De kleinste details zijn mogelijk belangrijk om je resultaten te begrijpen. Om de verzameling van data overzichtelijk te houden is het handig om van tevoren al invullijsten of tabellen te maken waarin je de ruwe meetgegevens zo kunt invullen. De verkregen gegevens zullen meestal verder moeten worden uitgewerkt. Beschrijf in dat geval dan ook de gebruikte berekeningen. Zorg er altijd voor dat je uiteindelijke resultaten duidelijk en volledig zijn en de juiste eenheden bevatten!

Soms is het gemakkelijker om de ruwe data of de verwerking daarvan in tabellen en grafieken in een spreadsheetprogramma (zoals Excel) te verzamelen. Deze data mogen dan in het labjournaal worden geplakt.  In het geval van bulkdata verwijs je naar het digitale bestand van zowel de ruwe als de bewerkte data.

Discussie en conclusie

In de conclusie gebruik je jouw resultaten om een antwoord te formuleren op de onderzoeksvraag. Indien je de onderzoeksvraag niet kan beantwoorden, leg je uit waarom niet. Geef ook aan hoe betrouwbaar de resultaten zijn. Maak hiervoor een foutenanalyseevalueer je proef(opzet), benoem de sterke en zwakke punten van je onderzoek en geef aanbevelingen voor een volgend experiment, hetzij een herhaling van de proef met verbeterde proefopzet, hetzij een (logisch) vervolgexperiment.

Om het overzicht te bewaren in een groot labjournaal kan je na afloop toevoegen bij welk experimentnummer het experiment wordt herhaald, geoptimaliseerd of vervolgd. 

Een goed labjournaal is netjesoverzichtelijkgedetailleerdlogisch en compleet. Een andere onderzoeker moet jouw proef exact kunnen herhalen, zonder dat hij hiervoor je handschrift of jouw logica moet zien te ontcijferen. De formulering is professioneel en wetenschappelijk en sluit goed op elkaar aan. In de rubric zijn de criteria per onderdeel weergegeven. 

Een goed labjournaal in jaar 1 van je studie verschilt niet veel van het labjournaal in jaar 3 of zelfs tijdens je promotieonderzoek. Het grote verschil is dat de experimenten steeds complexer worden en het daardoor steeds moeilijker wordt om volledig en gedetailleerd te blijven zonder het overzicht te verliezen. Ook op wetenschappelijk niveau worden de resultaten, de interpretatie van de resultaten en de discussie steeds complexer.

Tips en mogelijkheden om je labjournaal overzichtelijk te houden: 

  • Een inhoudsopgave en nummering van alle proeven.
  • Begin elke nieuwe proef op een nieuwe bladzijde.
  • Gebruik bijvoorbeeld de rechterbladzijden voor je aantekeningen en de linkerbladzijden als klad (berekeningen).
  • Maak gebruik van kopjes.
  • Kras nooit iets door waardoor het niet meer leesbaar wordt (dit is niet toegestaan!), maar zet een streep door de gemaakte fout. Vermeld daarbij de datum en een paraaf.
  • Wees altijd zo volledig mogelijk in je omschrijving (inclusief berekeningen).
  • Zet het doel van de proef duidelijk bovenaan en verwijs naar eventuele eerdere proefnummers die de aanleiding hebben gevormd voor het huidige experiment. 
  • Voeg na afloop een verwijzing in bij een eerder experiment waarop je bent verder gegaan, zodat je weet waar je de herhaling of verbetering daarvan kunt terugvinden in het labjournaal.