Verslag van praktisch onderzoek

In een verslag van een praktisch onderzoek of in een wetenschappelijk artikel beschrijf je het onderzoek naar een onderzoeksvraag met de daarbij behorende resultaten en conclusies. Een verslag van een praktisch onderzoek kan zowel kort (practicumverslag) als uitgebreid (stageverslag) zijn. Een verslag is een doorlopend verhaal dat door medestudenten, assistenten en docenten gelezen en begrepen moet kunnen worden en waar ruimte is om alle resultaten en details weer te geven. Een wetenschappelijk artikel is compacter, mede omdat alleen de belangrijkste resultaten worden weergegeven. 

Een verslag van een praktisch onderzoek is bedoeld om collega’s (over de hele wereld) te informeren over jouw onderzoek en de daarbij horende resultaten en conclusies, meestal in de vorm van een peer-reviewed wetenschappelijk artikel. Een kort verslag van praktisch werk is met name geschikt om resultaten binnen een organisatie of lab met elkaar te delen, terwijl een uitgebreid verslag van een praktisch onderzoek al snel wordt verwerkt tot een wetenschappelijk artikel. 

Het schrijven van een verslag van een praktisch onderzoek is een goede oefening om te leren hoe je een wetenschappelijke tekst opbouwt (zandlopermodel) en een academische woordenschat en argumentatie ontwikkelt. Het is een goede voorbereiding op het schrijven van een wetenschappelijk artikel, omdat je kan oefenen met het formuleren van een onderzoekvraag, het beschrijven en beschouwen van resultaten, en hoe deze resultaten bijdragen aan de conclusie.

De gebruikelijke indeling van deze tekstvormen is als volgt: 

 Kort verslag  (practicumverslag): 

 Uitgebreid verslag:

 Wetenschappelijk artikel:

  • Titel(pagina)

     
  • Inleiding
  • Materialen en methoden
  • Resultaten
  • Discussie en conclusie
  • Literatuurlijst
  • Titelpagina
  • Inhoudsopgave
  • Samenvatting
  • Inleiding
  • Materialen en methoden
  • Resultaten
  • Discussie en conclusie
  • Literatuurlijst
  • Bijlagen
  • Titel 
     
  • Abstract
  • Inleiding
  • Materialen en methoden
  • Resultaten
  • Discussie en conclusie
  • Literatuurlijst
  • Aanvullende methoden en figuren (bijlage)

De structuur van de inleiding, materialen en methoden, resultaten, en discussie & conclusie kennen een zogenaamde zandloperstructuur.

Titel

Een goede titel vertelt compact en duidelijk waar het verslag over gaat. De beste titel is de kortst mogelijke zin die de inhoud van het verslag dekt. De titel hoort begrijpelijk te zijn zonder dat je het verslag verder hebt gelezen en bevat daarom meestal geen afkortingen. Een wetenschappelijk artikel heeft een pakkende titel, welke ook de lading van het artikel moet dekken en de lezer stimuleert verder te willen lezen.

Een uitgebreid verslag kent ook een titelpagina. Op het titelblad van een verslag noteer je puntsgewijs:

  • je voor- en achternaam;
  • de voor- en achternamen van je begeleiders;
  • de projectgroep, vakgroep en instelling (universiteit of bedrijf) waar je het onderzoek hebt uitgevoerd 
  • de datum waarop je het verslag inlevert. 

Een wetenschappelijk artikel kent geen titelpagina, maar de namen en posities van alleauteurs worden wel gemeld, waarbij de eerste auteur in principe het meeste werk heeft gedaan in de uitvoering van de experimenten en het schrijven van het verslag, en de laatste auteur meestal de groepsleider of professor van de onderzoeker is.

Inhoudsopgave

Alleen een uitgebreid verslag kent een inhoudsopgave. Zorg voor een duidelijke en gestructureerde inhoudsopgave van je verslag zodat de lezer snel zijn weg kan vinden. Digitaal zijn de onderdelen van de inhoudsopgave aanklikbaar.

Samenvatting/abstract

Een samenvatting is een op zichzelf staand stuk tekst waarin het hele verslag kort weergeven is. Een goede samenvatting nodigt uit tot het lezen van je verslag en geeft de lezer direct een goede indruk van je belangrijkste bevindingen. Ook een samenvatting kent de zogenaamde IMRD-structuur, meestal verdeeld over drie paragrafen: inleiding, materialen en methoden, en conclusie. In een wetenschappelijk artikel heet deze samenvatting een abstract. Bekijk ook dit voorbeeld van een goed opgebouwd abstract.

Inleiding

In de inleiding schrijf je van groot naar klein. Hierbij wordt onderstaande volgorde aangehouden:

  1. Een beschrijving van het probleemgebied of een observatie. 
    • Begin met het beschrijven van de brede context en/of de maatschappelijke relevantie van het probleem. Vaak lees je hier iets terug over de prevalentie of de (ernstige) gevolgen van een ziekte voor het individu en/of de maatschappij.
    • Maak gebruik van bestaande kennis en eerdere onderzoeksresultaten/observaties. 
  2. Hierna schrijf je steeds meer toe naar jouw specifieke vraagstelling. Vanuit de brede context ga je je dan ook richten op wat er wel en nietbekend is in de huidige literatuur (wetenschappelijke relevantie) en welk probleem je wilt oplossen. Die twee punten leiden uiteindelijk tot de onderzoeksvraag, het belangrijkste in de inleiding. 
    • Eerdere resultaten, inzichten en ideeën vormen de basis voor de vraagstelling. Begrippen en concepten die nodig zijn om de theorie te begrijpen worden hier ook uitgelegd.
    • Vervolgens beschrijf je de aanleiding tot het onderzoek: welke mogelijke nieuwe inzichten kunnen worden geleverd door dit onderzoek?  
    • Om op gestructureerde wijze de onderzoeksvraag te beantwoorden is het zinvol om deelvragen te formuleren die hieraan bijdragen. 
  3. In een wetenschappelijk artikel is het echter niet gebruikelijk dat er een echte vraag wordt geformuleerd; vaak is dit een lopende zin. Na het formuleren van de onderzoeksvraag geef je de onderzoekshypothese.
    • De onderzoekshypothese wordt ondersteund door de literatuur.
  4. De inleiding wordt afgesloten met de onderzoeksopzet waarin je beschrijft hoe je de onderzoeksvraag gaat beantwoorden en wat je verwachtingen zijn. 
    • Hoe duidelijker je hierin bent, hoe beter je de lezer (en dus ook de docent) laat zien dat je precies weet wat je gedaan hebt en waarom.

Hier vind je een voorbeeld van een inleiding met deze opbouw. Bij een practicum- of stageverslag is de inleiding langer dan bij een wetenschappelijk artikel. Ook bij een langere tekst houd je wel dezelfde opbouw aan.

Materialen en methoden

In de materialen en methoden beschrijf je gedetailleerd hoe en met behulp van welke materialen en reagentia een experiment is uitgevoerd. Vaak zijn dit antwoorden op vragen als wanneerhoe lang en hoeveel. De lezer moet het experiment kunnen herhalen om je resultaten te verifiëren. Kleine details in de materialen (samenstellingen van buffers, pH-waardes) zijn daarom uitermate belangrijk. Geef de methode beknopt aan in een lopend verhaal. Neem niet het hele protocol over, zoals je dat in een labjournaal wel zou doen. Indien de methode gelijk is aan eerder (gepubliceerd) werk volstaat soms ook een verwijzing (naar deze literatuur). Controleer dit bij je docent.

Je schrijft dit achteraf, dus in de verleden tijd.  Vraag je hierbij continu af wat de lezer moet weten om het onderzoek op precies dezelfde manier te kunnen herhalen. Geef antwoord op onder andere de volgende vragen:

  • Welke apparatuur en chemicaliën heb je gebruikt?
  • Welke instellingen heb je toegepast?
  • Onder welke omstandigheden hebben de metingen plaatsgevonden?
  • Wat/welke groepen heb je met elkaar vergeleken?
  • Welke metingen heb je gedaan? Waarom?
  • Wanneer en in welke volgorde heb je gemeten?
  • Wat is je steekproefgrootte? 
  • Hoe vaak heb je het experiment herhaald?
  • Zijn de data bewerkt/getransformeerd? Waarom?
  • Welke berekeningen heb je uitgevoerd? Waarom?
  • Hoe betrouwbaar zijn de resultaten (welke statistische test heb je toegepast)?
  • Hoe moeten de resultaten worden geïnterpreteerd?

Resultaten

De resultatensectie geeft een beschrijving van de gemaakte observaties tijdens het experiment en een beschrijving van de resultaten die antwoord geven op je onderzoeksvraag. Veelgemaakte fouten zijn het laten zien van resultaten die wel voortkomen uit de data van het uitgevoerde experiment, maar niet aansluiten bij de onderzoeksvraag en hypothesen, of het vergeten toe te lichten van een deel van de data. 

Voordat je de resultatensectie gaat schrijven moet je eerst bedenken:

  • Welke van je resultaten je absoluut moet laten zien om de boodschap die je hebt aan de lezer over te brengen.
  • Op welke manier je de resultaten het beste kunt presenteren.

Je figuren en tabellen vormen de leidraad van de resultaten. Het is vaak dan ook het gemakkelijkst om deze eerst op te stellen, zodat je in de tekst kan beschrijven wat je in de figuren en tabellen ziet. De verhaallijn van de resultaten structureer je door het gebruik van tussenkopjes, die de conclusie geven van het experiment dat beschreven wordt in bijbehorende paragraaf. De geschreven tekst ondersteunt de figuren, maar is in principe ook te begrijpen zonder de figuren.

Het is onvoldoende om alleen de tabellen of grafieken te laten zien. Enerzijds moet de lezer aan de tekst alleen voldoende informatie hebben om de rest van het verslag te kunnen begrijpen, maar ook de tabellen en figuren moeten duidelijk zijn zonder de geschreven tekst. Vergeet dus niet om bij de tabellen een bovenschrift en bij grafieken een onderschrift te maken. Deze zijn absoluut noodzakelijk om tabellen en grafieken onafhankelijk van de rest van de tekst van de resultaten te begrijpen. De geschreven tekst moet informatief zijn: je leidt de gepresenteerde tabellen en grafieken in en beschrijft vervolgens de voor de vraagstelling belangrijke resultaten zodat je de aandacht van de lezer richt op de hoofdzaken. In een vergelijking geef je aan of er een verschil is gevonden en waartussen dit verschil was, ondersteund met een kwantitatieve benadering:

De expressie van eiwit X was gemiddeld 4 (±SD/STDEV; p-waarde) keer lager in miRNA-X getransfecteerde cellen ten opzichte van mock-getransfecteerde cellen.

Het kan lastig zijn om te beslissen waar de resultaten eindigen en waar de discussie begint. Sommige docenten (en wetenschappelijke tijdschriften) vinden dat je in de resultaten puur en alleen resultaten mag vermelden en dat álle verklaringen in de discussie thuishoren. Anderen vinden echter dat je best al wat voor de hand liggende verklaringen in de resultaten mag vermelden als dat het verder lezen vergemakkelijkt. Vraag dus aan je docent wat hij van je verwacht. 

Discussie en conclusie

De discussie is meer dan het bespreken van je resultaten (dat heb je al gedaan) en een foutenanalyse.  In de discussie van een experimenteel onderzoek ga je je eigen resultaten verklaren en plaats je ze in een breder kader door ze te vergelijken met andere gegevens uit de literatuur. Volgens het zandlopermodel schrijf je hier van klein naar groot:

  • Je beantwoordt de vraagstelling uit de inleiding (conclusie) en geeft aan of je onderzoekshypothese klopt. Om in je discussie concreet terug te kunnen komen op je vraagstelling is het belangrijk dat deze in de inleiding goed geformuleerd is en duidelijk aan bod komt.
  • Je geeft een verklaring en interpretatie van je resultaten (deelconclusies) en geeft aan of de experimenten voldoen aan je verwachtingen. Hierbij maak je gebruik van de literatuur om goed onderbouwde argumenten te geven voor de verklaring van je resultaten.
  • Vergelijk je de resultaten met die van anderen: komen je resultaten overeen met die van anderen? Waarom wel of niet?
    • Wat betekenen je resultaten voor het onderzoeksgebied (wetenschappelijke relevantie)?
    • Leiden jouw resultaten (samen met de data van anderen) tot nieuwe inzichten en hypotheses?
    • Hoe dragen je resultaten en de nieuwe inzichten bij aan de maatschappelijke relevantie?
    • Als je nieuwe onderzoeksvragen (op basis van je nieuwe inzichten) wil beantwoorden: hoe zou je dat aanpakken?
  • Geven jouw resultaten (eventueel in combinatie met die van anderen) aanleiding tot nieuwe ideeën, gedachten of hypothesen over het vakgebied? De resultaten van een experiment roepen bijna altijd meer nieuwe vragen op dan de vragen waar je mee begonnen was; welke van die nieuwe vragen zijn interessant om nader te bekijken? Hoe zou je dat aanpakken? 
  • Meestal eindig je de discussie met een korte samenvatting van de essentie van het onderzoek: de vraagstelling, de belangrijkste resultaten en de conclusies en wat deze resultaten en conclusies betekenen.  Soms is dit een aparte alinea onder het kopje conclusie en soms is het onderdeel van de discussie. Dit is stijl- en smaak- (en dus ook docent-/tijdschrift-) afhankelijk.

Tijdgebruik: de conclusies van jouw eigen proef worden in de verleden tijd geschreven; de daarop gebaseerde algemene uitspraken staan in de tegenwoordige tijd. 

Literatuurlijst

Alle beschreven literatuur, ter verklaring van de relevantie, wetenschappelijke relevantie, onderzoeksvraag, hypothese, bestaande methoden, verklaring van de resultaten en de discussie moet worden genoemd

 

De Vancouver-stijl is bij BMW de meest gebruikte wijze van refereren:

 

Achternaam voorletter (max 6, gescheiden door komma, daarna afgekort met et al.). Titel artikel: Ondertitel. TijdschriftafkortingJaar Maand Dag; jaargang (tijdschriftaflevering)pagina; Digitial Object Identifier (DOI)

 

Bronnen zoals boeken en websites geef je op een andere manier weer.

Bijlagen van een praktisch verslag

Alleen een uitgebreid verslag of wetenschappelijk artikel bevat (soms) bijlagen. Zet geen essentiële informatie in de bijlagen: het verslag moet zonder bijlagen een leesbaar en compleet geheel zijn. Meestal geef je in de resultaten een samenvatting van je meetgegevens. Je laat bijvoorbeeld gemiddelden en afwijkingen van het gemiddelde (standaarddeviatie) zien in plaats van alle individuele waarden. Ook geef je vaak parameters weer die afgeleid zijn van de oorspronkelijke meetgegevens. Soms kan het nuttig zijn om bij het lezen van de resultaten die individuele gegevens toch bij de hand te hebben. Deze zet je dan, voor zover ze relevant kunnen zijn voor de lezer, in de bijlagen. Beperk het gebruik van bijlagen altijd zoveel mogelijk!

Ook uitgebreide berekeningen of statistische bewerkingen kun je het beste in de bijlagen zetten. In de materialen en methoden komt dan de essentie of het principe van de berekeningen te staan, daarbij verwijzend naar de bijlagen waarin de hele berekening te vinden is.

Een goed praktisch verslag is formeelobjectiefhelder en bondig geformuleerd. In het begin van je opleiding omvat een verslag van een praktisch onderzoek waarschijnlijk verslag van één practicum of één experiment, al dan niet gestuurd door vragen van de docent. Op het einde van je studie is een verslag van een praktisch onderzoek vele malen uitgebreider omdat het een volledig onderzoek omvat. Structuur wordt dan geboden door het toepassen van het zandlopermodel, een juiste indeling en opbouw van alinea’sschrijftechniek, een passende argumentatiestructuur, het gebruik van deelvragen en door in de discussie en conclusie terug te komen op je onderzoeksvraag en onderzoekshypothese. Deze beoordelingscriteria zijn opgenomen in de rubric.