Veelgebruikte termen in de handleiding

In een wetenschappelijke tekst gebruik je meerdere argumenten. De argumentatiestructuur is het overzicht van argumenten (met bijhorende sub-argumenten) die je conclusie of standpunt onderbouwen, en de tegenargumenten die moeten worden ontkracht. Gebruik duidelijke verwijzingen naar literatuur en orden alle argumenten in een logische volgorde. Deze onderdelen neem je op in schrijfplan. Verbind je argumenten met elkaar door gebruik te maken van verbindingswoorden. 

De standaard indeling van een wetenschappelijke tekst, bestaande uit:

  • Introductie
  • Materialen & Methoden
  • Resultaten
  • Discussie

De relevantie die het onderzoek heeft voor de samenleving.

De centrale vraag waarop het onderzoek antwoord probeert te geven.

Het in je eigen woorden beschrijven van informatie uit een andere bron. Dit gaat uiteraard altijd gepaard met bronvermelding.

Het kritisch lezen en aangeven van verbeterpunten in je tekst, gedaan door peers. Tijdens je studie zijn dit mede-studenten. Ook bij onderzoekers worden manuscripten voor wetenschappelijke artikelen gepeer-reviewed door andere onderzoekers uit hetzelfde vakgebied. De peer reviewers bepalen voor een groot deel of een artikel al dan niet gepubliceerd mag worden, en hun suggesties moeten verwerkt worden om in aanmerking te komen voor publicatie. 

Wetenschappelijke artikelen waarin de uitvoering en resultaten van een praktisch onderzoek worden beschreven. Review-artikelen zijn geen primaire literatuur.

Het belangrijkste probleem waarvoor het onderzoek een oplossing probeert te vinden. De onderzoeksvraag (hóe je het probleem wilt onderzoeken) komt voort uit de probleemstelling.

Verwijzen naar bronnen uit de literatuur. 

Signaalwoorden (ook wel verbindingswoorden genoemd) geven een relatie aan, zoals een tegenstelling, overeenkomst, voorbeeld, resultaat of samenvatting. Verbindingswoorden gebruik je dus om de samenhang tussen zinnen aan te geven. Goed gebruik van verbindingswoorden vergroot de leesbaarheid van de tekst.

Een ruwe, puntsgewijze indeling van welke informatie waar wordt aangeboden in je tekst. Geef per hoofdstuk aan welke informatie besproken gaat worden. Rangschik deze informatie zodat je kunt zien of de verhaallijn logisch is voor de lezer. Uit deze ruwe opzet vloeien de paragrafen voort.

Verbindingswoorden (ook wel signaalwoorden genoemd) geven een relatie aan, zoals een tegenstelling, overeenkomst, voorbeeld, resultaat of samenvatting. Verbindingswoorden gebruik je dus om de samenhang tussen zinnen aan te geven. Goed gebruik van verbindingswoorden vergroot de leesbaarheid van de tekst.

De relevantie die het onderzoek heeft voor het wetenschappelijk veld. In een tekst wordt de wetenschappelijke relevantie gevormd door 1) eerdere bevindingen uit de literatuur en 2) het ‘gat in de kennis’. 

Het doel van een wetenschappelijk verslag is het overbrengen van informatie. De schrijfstijl is daarom objectief, formeel en helder. Door het zakelijke karakter is een wetenschappelijk verslag zowel volledig als bondig.

De volgorde waarin informatie wordt aangeboden in een tekst. In de inleiding schrijf je van groot (brede context) naar klein (specifieke vraagstelling/hypothese) en in de discussie juist van klein (beantwoording vraagstelling, interpretatie resultaten) naar groot (betekenis resultaten voor het onderzoeksveld en de maatschappij). De inleiding vormt dus de bovenkant van de zandloper, de materialen & methoden en de resultaten het smalle middendeel, en de discussie de breder uitlopende onderkant van de zandloper.